In 1985 is er een nieuwe beek gegraven voor toevoer van water naar het achterland om Noord-Limburg van water te voorzien. Dat water werd afgetapt van de Noordervaart. Later bleek de toevoer ook veel vis meegebracht te hebben. De ijsvogel had dit al snel door en vestigde zich aan de beek.
In een afgezakt talud, een steile wand, graaft de ijsvogel een hol van 10-12 cm doorsnee. Het hol ligt zo’n 80 cm diep in de steile wand. Achterin de schacht ligt een kom waarin ongeveer 4-5 witte eieren worden gelegd. Na ongeveer 3 weken broeden komen de jongen uit hun ei, waarna ze door hun ouders worden verzorgd. Eenmaal buiten het nest worden de jongen nog een paar dagen door de ouders verzorgd, daarna moeten ze voor zichzelf zorgen. Als er voldoende vis aanwezig is, zorgt de ijsvogel nog voor een tweede broedsel.
De steile wand moet elk jaar bijgewerkt worden. Dit jaar heeft Theo Pollaart deze taak op zich genomen.
De ijsvogels zijn al aanwezig. Wil je deze zien? Ga dan op de tweede bank voor de loopbrug richting de Ninnesweg zitten en hij komt vanzelf voorbij. Blijf vooral aan de kant van de bank en klim niet op het talud. De kans op instorten is aanwezig.
Groet, Grad
